Welkom bij de Talenexpo, een reis door de geschiedenis van het taalonderwijs in Nederland

Geschiedenis van het talenonderwijs in nederland

Expozaal 2, 1860-1920: Opbouw

paragrafen: 5
illustraties: 69
mediafragmenten: 1

3.4 Leermiddelen

Leerboeken
De meeste leerboeken waren cursusboeken (vaak 'spraakkunst' geheten) die grammaticaregels en vertaaloefeningen combineerden. Hierin werden de regels meestal met veel woorden werden uitgelegd, met minder tabellen en schema’s dan tegenwoordig. Ze namen veel ruimte en tijd in beslag. Ze werden uit het hoofd geleerd en overhoord. Deze reproductie van regels werd door veel leraren belangrijker gevonden dan het toepassen ervan. Er stonden oefeningen bij in de vorm van vertaalzinnen. De oefeningen werden vaak ‘hergebruikt’, dat wil zeggen, ze werden geleerd en mondeling overhoord. In deze boekjes stonden ook tweetalige woordenlijstjes, die net als de grammaticaregels geleerd en overhoord werden.

Na 1890 verschenen er ook cursusboeken die niet op de tradionele leest waren geschoeid. Deze probeerden de uitgangspunten van de Reform in praktijk te brengen. Bekende voorbeelden hiervan zijn de leerboekjes van de Amsterdamse leraar Engels J.C.G. Grasé. Hij publiceerde vanaf 1895 de cursus Oefeningen in de Engelsche Taal. Het eerste deel hiervan omvatte de leerstof voor de eerste drie maanden en was - net zoals de titel - in fonetisch schrift gesteld. Grasé's leercursus brak volledig met de gangbare praktijk. De boeken waren ingedeeld in eenheden ("lessons") die in een les konden worden geoefend. Kenmerkend is

  • het gebruik van het fonetisch schrift
  • samenhangende teksten in plaats van losse zinnen ter vertaling
  • alledaagse onderwerpen, zoals "I get up", "I wash",  "breakfast" etc.
  • het gebruik van spreektaal
  • de presentatie van grammaticale regels waar nodig en zinvol 
  • het gebruik van illustraties, gedichten, verhaaltjes, spreekwoorden enz.
  • de afwezigheid van het Nederlands.

In het begin van de cursus lag alle nadruk op het mondelinge gebruik van de taal. De leerling kregen zelfs in de eerste drie maanden geen andere tekst te zien dan de fonetische transcriptie. Vergeet niet dat er nog geen audiomateriaal bestond zoals wij dat tegenwoordig kennen.

Grasé's leerboeken zijn het meest uitgesproken voorbeeld van leermateriaal dat op basis van de Reform werd geschreven. Ze werden behoorlijk vaak herdrukt, wat aangeeft dat er onder de leraren Engels redelijk wat belangstelling bestond voor wat de "directe methode" werd genoemd. Maar ook voor de andere moderne talen zijn voorbeelden van dergelijk materiaal te noemen.  

Leesboekjes en literatuurboeken
Naast de cursusboeken werden vaak aparte leesboekjes gebruikt, meestal met Nederlandse vertaling van de moeilijke woorden erbij. De bedoeling was dat de leerlingen hiermee extensief leerden lezen, maar in de praktijk werd ook hier weer volop vertaald. De vaardigheid om de betekenis van onbekende woorden te raden uit de context, was nog niet uitgevonden. Een populair voorbeeld van een dergelijke "reader" was het Engelsch Leesboek van Grondhoud en Roorda, dat in 1898 verscheen. De leesboekjes vormden het hulpmateriaal bij de lessen en dienden als voorbereiding op de literatuurlessen in de bovenbouw. 

Voor de hoogste klassen van HBS en Gymnasium waren er speciale bloemlezingen met literaire teksten die gebruikt werden als voorbereiding op het onderdeel literatuur van het eindexamen. De teksten moesten inzicht geven in verschillende literaire genres en stromingen en konden als basis dienen om iets over de auteur te vertellen. 

 

Downloads

  1. » talenexpo bronnen 2 3 4