Welkom bij de Talenexpo, een reis door de geschiedenis van het taalonderwijs in Nederland

Geschiedenis van het talenonderwijs in nederland

Expozaal 1, Tot 1860: Voorgeschiedenis

Na de Franse tijd komt er veel aandacht voor natievorming, streven naar eenheid, ook in spelling en grammatica. Maar ook voor diversiteit: in Thorbeckes grondwet van 1848 krijgt ieder het recht een school op te richten, het begin van de verzuiling. Met de wettelijke erkenning van de mulo (1857) wordt onderwijs na de lagere school toegankelijk voor de "kleine luyden". Langzamerhand doen zich ook vernieuwingen voor in het onderwijs: naast hoofdelijk onderwijs zien we aanschouwelijk onderwijs in het klaslokaal. Het moedertaalonderwijs omvat vooral schriftelijk taalgebruik.

Ga naar voorgeschiedenis

Expozaal 2, 1860-1920: Opbouw

Kenmerkend voor deze periode van opbouw zijn verzuiling, schoolstrijd en de nieuwe schooltypes hbs, mms en gymnasium (waarin de talen Frans, Duits en Engels verplicht werden). Dankzij de veelgeprezen vrijheid van onderwijs is er geen sprake van een strak centraal geleid leerplan. In de taalwetenschap zowel als in de literatuur wordt het individuele steeds belangrijker, en ontstaat aandacht voor taalvariatie naast de standaardtaal. Aan het vreemdetalenonderwijs gaat de methodestrijd tussen grammatica-vertaal- en directe methode grotendeels voorbij.

Ga naar opbouw

Expozaal 3, 1920-1970: Consolidatie

In deze periode gebeurt er betrekkelijk weinig in (taal)onderwijsland. Didactische vernieuwing is vooral zichtbaar in de jaren twintig met de oprichting van Dalton- en Montessorischolen. In het schoolvak Nederlands keert de taalnorm weer terug, terwijl twee grote spellingwijzigingen de taalgemeenschap verdelen. De vreemde talen krijgen vanaf 1924 veel aandacht en ruimte in de hbs A, die op handel en administratie gericht is. In de oorlogs- en wederopbouwjaren heeft vernieuwing van het onderwijs geen prioriteit.

Ga naar consolidatie

Expozaal 4, 1970-2000: Vernieuwing

Meer dan ooit bewerkstelligt de politiek grote veranderingen in het onderwijs, van Mammoetwet via middenschool/basisvorming tot tweede fase. Er komt steeds meer nadruk te liggen op het individu: ieder moet gelijke kansen krijgen, maar anderen roepen: "middenschool eenheidsworst". Steeds minder leerstofgericht, steeds meer leerlinggericht onderwijs is het parool. Daarnaast dringen hogescholen en universiteiten er op aan dat leerlingen vooral leren zelfstandig te werken. Het studiehuis is de gedroomde leeromgeving van vooral de politiek en de managers, leraren delen die droom niet allemaal.

Ga naar vernieuwing

Expozaal 5, Na 2000: Perspectief

Niet alleen de politiek bepaalt hoe het verder moet met het onderwijs. Van 'onderop' komen onderwijsvernieuwingen op gang, die veelal worden gerekend tot het 'Nieuwe leren'. Een tegengeluid wordt vertolkt door academici als filosoof Ad Verbrugge en de geharnaste emeritus hoogleraar economie Arnold Heertje. De Tweede Kamer maakt zich zorgen over de onderwijskwaliteit, de commissie Dijsselbloem komt onder veel meer tot de bevinding dat nieuwe benaderingen in het onderwijs zelden zijn gestoeld op gedegen wetenschappelijk onderzoek naar hun effectiviteit.

Ga naar perspectief

De Expo, 100 jaar levende talen

In deze 'extra' zaal worden een aantal ontwikkelingen in het verenigingsleven en in het verenigingsorgaan beschreven, uiteraard lang niet uitputtend. Geprobeerd wordt om, aan de hand van jaargang 1914 van het blad - eerste jaar van verschijnen - tot en met jaargang 2010, inzicht te bieden in het reilen en zeilen van de VLLT. Soms zijn daarin maatschappelijke en onderwijspolitieke gebeurtenissen zichtbaar. Daarmee is bij de indeling in perioden enigszins rekening gehouden.

Over deze site / contact / literatuurlijst

Ga naar 100 jaar levende talen