Welkom bij de Talenexpo, een reis door de geschiedenis van het taalonderwijs in Nederland

Geschiedenis van het talenonderwijs in nederland

Expozaal 5, na 2000: Perspectief

paragrafen: 4
illustraties: 63
mediafragmenten: 1

1.3 Scholen

De ontwikkelingen in de scholen volgden voor een flink deel het patroon van roer omgooien naar bijsturen. Ingrijpende vernieuwingsmaatregelen leidden tot praktische realisatieperikelen en vandaar naar bijstelling met bescheidener ambities.

Vmbo
Het vmbo, van start gegaan in 1999, moest het slechte imago van het vbo verbeteren, onder andere door de integratie van het vroegere mavo. Maar dat mavo, nu onder de naam vmbo-t, had eronder te lijden. De doorstroming naar havo-4 nam sterk af. Later trok die weliswaar bij, maar flinke aansluitingsproblemen bleven over.

Het streven van de overheid om leerlingen met leer- en gedragsproblemen zoveel mogelijk in de reguliere scholen op te vangen, bleek in de scholen moeilijk te realiseren. De hoge voortijdige schooluitval bleef een chronisch probleem, ondanks plaatselijke successen met een strikt leerplichtbeleid, met name in enkele grote steden.

Mbo
Ook het mbo, sinds 1997 geconcentreerd in Regionale Opleidingencentra (ROC’s), kampte met veel voortijdige schoolverlaters, die zonder diploma weinig kansen hebben op de arbeidsmarkt.

Omstreeks 2005 begonnen mbo-studenten te protesteren tegen te weinig lessen en te weinig begeleiding op de ROC’s. Het mbo was al jaren bezig met competentiegericht onderwijs. De overheid wilde dat vanaf 2008 verplicht stellen, maar de invoering werd telkens weer uitgesteld.

De nieuwe onderbouw
De basisvorming, ingevoerd in 1993, was vijf jaar later kritisch geëvalueerd door de Onderwijsinspectie. In 1998 waren de kerndoelen herzien. In 2006 werd de ‘nieuwe onderbouw’ ingevoerd. Onderwijsminister Maria van der Hoeven (kabinet-Balkenende II van CDA, VVD en D66) wilde de term "basisvorming" niet meer horen. Drie problemen moesten worden opgelost:

•    Het programma was overladen met 15 vakken en veel kerndoelen.
•    De samenhang tussen de vakken was niet goed zichtbaar voor de leerlingen.
•    De omgang met leerlingen van verschillende niveaus was lastig.

De kerndoelen van 2006 waren sterk gereduceerd en gegroepeerd in zeven leergebieden. Onder het motto "Het onderwijs moet teruggegeven worden aan de onderwijsgevenden" kregen de scholen meer vrijheid om de onderbouw in te richten. De Taakgroep Vernieuwing Basisvorming gaf daarvoor vier mogelijke scenario’s, variërend van de bestaande aanpak tot en met thematisch competentiegericht onderwijs zonder lesrooster en met grote inspraak van de leerlingen.

De vernieuwde tweede fase havo/vwo
Maria van der Hoeven was geen onderwijsminister meer toen de vernieuwde tweede fase in 2007 inging, maar zij had die wel voorbereid. Net als bij de nieuwe onderbouw moest het onderwijs teruggegeven worden aan "de onderwijsgevenden", waarbij onduidelijk was of het niet eerder de onderwijsbestuurders en -managers waren die van deze vrijheid gebruik zouden gaan maken.

De examenprogramma’s van 1998, voor veel vakken fors uitgebreid en gedetailleerd, werden aanzienlijk ingekort, de hoeveelheid eindtermen flink verminderd en "geglobaliseerd", dat wil zeggen abstracter en polyinterpretabeler  gemaakt. De overheid had in de jaren negentig haar greep op inhoud en inrichting van het onderwijs flink versterkt. Maar nu trok ze zich weer terug. De schoolexamens gingen weer sterker van elkaar verschillen.

Perspectief
Blijven politiek en overheid afstand houden van het onderwijs? In Nederland is de onderwijssector in de laatste decennia veel bedrijfsmatiger georganiseerd en sterker geprivatiseerd geraakt dan in andere Europese landen. Blijven politiek en overheid alert genoeg op de ontwikkelingen in deze "vrijgelaten" sector?